Ajax begon sterk aan het duel met de nummer vier van Zwitserland in het vorige seizoen. Marcos Leonardo, die een basisplaats had gekregen van zijn trainer Míchel, kreeg meteen twee grote mogelijkheden. Julian Brandt gaf hem de kans, maar Leonardo maaide over de bal heen en zag de bal vervolgens op zijn andere voet belanden. Niet veel later kreeg Leonardo opnieuw een kans, maar toen gleed de spits uit.
De Zwitserse ploeg dacht aan de oude voetbalwet - als je niet scoort, dan valt hij aan de andere kant - en daar was de Zwitserse ploeg na tien minuten heel dichtbij. Winsley Mokango kreeg de kans om eens uit te halen en deed dat goed. Zijn inzet belandde op de paal. Ajax leek even wakker geschud en via Julian Brandt en Berghuis kreeg de Amsterdamse ploeg weer wat kansen.
Maar na iets meer dan een half uur spelen kwam de thuisclub op voorsprong. Ali Kbacalman kreeg de bal aan de zijkant van het strafschopgebied in zijn voeten en hij wachtte tot Franck Surdez het strafschopgebied in kwam gelopen. Dat deed de Zwitser uitstekend. Hij pikte de bal op en plaatste het schot in de verre hoek: 1-0.
Ajax wist uiteindelijk met 4-2 te winnen, dankzij goals van Julian Brandt, Marcos Leonardo, Tolu Arokodare en Davy Klaassen. De volgende week donderdag in de Johan Cruijff Arena moet Ajax niet met meer dan twee doelpunten verschil verliezen van Sion om een Conference League-avontuur te verzekeren.